zondag 19 april 2015

Nederlands

Ik koop een bosje rode rozen bij de Albert Heijn.
    ‘Ik mis het om bloemen voor mama mee te nemen. Vroeger kocht ik bijna elke vrijdag een bosje voor mama, dat zij dan sneed, in een vaas deed en op tafel zette.’
    ‘Dan kun je zelf toch ook doen?’ zegt L.
    ‘Ja, maar dat is toch anders.’
    ‘Waarom dan?’
    ‘Ik vond het leuk om ze voor háár te kopen.’ We gaan met de roltrap naar boven. Voor ons staat een een man met een gitaar op blote voeten in zichzelf te praten.
    ‘Vieze rat, die je bent,’ zegt hij.
    Ik sta met een bosje rozen in mijn ene hand en een tas met boodschappen in de andere op het museumplein. Ik vraag me af waarom de zon niet schijnt. ‘Ik las vanmorgen dat er vannacht zevenhonderd bootvluchtelingen zijn verdronken in de Middellandse zee,’ zeg ik tegen L. die met haar kettingslot in de weer is.
    ‘Zag je die man net, papa?’
    ‘Welke man?’
    ‘Die oude man op blote voeten met die gitaar. Die zat in de winkel gewoon uit een zak chips te eten.’
    ‘Echt? Wat voor chips?’ Ik ben er niet helemaal bij.
    ‘Waar ligt de Middellandse zee?’
    ‘Tussen Europa en Afrika. Die mensen willen heel graag naar Europa omdat ze thuis niets te eten hebben. Ze hopen dat ze hier een beter leven zullen krijgen.’
    ‘Hoort Engeland ook bij Europa?’
    ‘Ja. Ze vallen in handen van gewetenloze schurken die…’
    ‘En Rusland hoort toch bij twee werelddelen, papa?’
    ‘Bij Europa en Azië. Ze nemen die mensen eerst hun paspoorten af, en dan…’
    ‘Ben ik wel eens in Azië geweest?’
    ‘Nee.’
    ‘En mama?’
    ‘Mama wel.’
    ‘Hey sir?’ Het is de man met de gitaar. ‘Are you Nederlands, sir? Can I ask you a question sir?’
    ‘Sorry, nee. Niet nu. Laat me met rust. Ik ben met mijn dochter.’
    ‘Excuse me, sir.’ Hij druipt af. Ik had hem best wat kunnen geven, maar ik heb er geen zin in. Niet nu. Niet vandaag. Ik til de tas met boodschappen in het mandje op mijn fiets.
    ‘Die mensen betalen een vermogen voor de overtocht, en dan worden ze midden op zee in een gammele oude boot aan hun lot overgelaten.’
    ‘Wat gaan we vanavond eten?’
    ‘Weet ik nog niet. Misschien hamburgers.’
    ‘Wat wilde die meneer, papa?’
    ‘Niets.’
    ‘Wilde hij geld?’
    ‘Ja.’
    ‘Had je geen geld bij je?’
    ‘Nee.’
    ‘Heb je nog cola gekocht?’
    ‘Nee. Vergeten.’
   
   
   
   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen