maandag 27 april 2015

Oud

‘Tien jaar is best wel veel, papa.’ L. en V. fietsen naast me door de koningsdagdrukte.
    ‘Elf jaar,’ zeg ik, ‘mama en ik scheelden elf jaar.’ L. kan zich er weinig bij voorstellen, ze is zelf net tien geworden. ‘Toch speelde het leeftijdsverschil geen rol bij ons. Ik heb er zelfs nooit bij stilgestaan.’
    ‘Maar toen jij eenentwintig was, was mama dus tien jaar,’ zegt L. ongelovig.
    ‘Ze was negentien toen we elkaar leerden kennen. Maar het duurde nog vijf jaar voor we iets met elkaar kregen.’
    L. rekent het uit. ‘En mama was achtentwintig toen ze haar eerste kind kreeg.’
    ‘Het enige waar ik het soms aan merkte, was aan de muziek die zij leuk vond toen we elkaar leerden kennen: Duran Duran en Sting.’ Het zegt L. en V. niets.
    ‘Weet je nog toen M. en B. gingen trouwen? Die scheelden wel twintig jaar.’
    ‘Ik denk nog wel meer,’ zeg ik.
    ‘Het klinkt misschien gek, papa, maar ik wist toen al dat ze weer zouden gaan scheiden.’
    ‘Waarom dan?’
    ‘Gewoon. Ik wist het gewoon. Ik vond B. veel te oud voor haar.’
    ‘Ik en S. schelen anderhalf jaar,’ zegt V. ‘Maar ik merk echt aan alles dat S. veel jonger is dan ik.’
    ‘Dat is waar,’ zegt L. die nóg drie jaar jonger is. ‘Ik vind S. soms ook ontzettend kinderachtig.’
    ‘Vóór ik met mama was, had ik een vriendinnetje met wie ik ook ongeveer tien jaar scheelde, maar met háár was het leeftijdsverschil wel een groot probleem. We maakten er voortdurend ruzie over.’
    ‘Waarom dan niet met mama?’
    ‘Ik weet het niet. Ik heb er nooit over nagedacht. Het kwam gewoon niet ter sprake.’
    ‘Ik ben een jaar ouder dan de oudste uit mijn klas,’ zegt V. die in de eerste klas is blijven zitten, ‘maar ik kan wel merken dat ik groter ben.’
    Ik betwijfel het een beetje, maar besluit het voor me te houden. ‘Over het algemeen zijn meisjes volwassener dan jongens,’ zeg ik.
    ‘Echt niet!’ meent V.
    ‘Echt wel!’ roept L.
    ‘Vinden jullie het niet vervelend om zo’n oude vader te hebben?’
    ‘Soms,’ zegt L. ‘Omdat je dan al weer zo gauw dood gaat.’
    ‘Ik hoop het nog wel even vol te houden, hoor.’
    ‘Ik wil ook pas kinderen als ik achtentwintig ben,’ zegt L. ‘Dan ben jij twee-en-zeventig!’
    ‘Ik verheug me erop, L.’
    ‘Dan ben je een oud opaatje, papa.’
   
   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen