donderdag 16 april 2015

Vloek

V. steekt zijn hoofd om de hoek. ‘Mag ik nog even douchen, papa?’
    ‘Heb je je huiswerk af?’
    ‘Ja.’
    ‘Zorg je dat je niet de hele badkamervloer nat maakt?’
    ‘Ja, papa.’
    ‘En laat je niet je vieze onderbroek in de douche liggen.’
    ‘Nee.’
    ‘En doe je de kamerdeur achter je dicht?’
    V. doucht elke dag, dat lijkt me op zichzelf heel goed. Waarom hij daarna gel in zijn haar smeert is mij een raadsel, maar ik heb het opgegeven daarover met hem in discussie te gaan. Ik ben inmiddels ook min of meer gewend aan de geur van zijn deodorant die hij voor het slapengaan ruimschoots rondsprayt. Misschien slaapt hij daarom wel zo goed. Het zijn allemaal rituelen, vermoed ik. Hij schept zijn eigen regelmaat; het gaat misschien wel meer om de handeling dan om het nut ervan.
    Een van míjn rituelen is dat ik deuren altijd achter me dichtdoe. Ik vind het vervelend als de kamerdeur openstaat wanneer ik aan tafel zit of op de bank lig. V. laat deuren altijd achter zich openstaan. Hoewel mijn ritueel net zo onzinnig is als het zijne, stuur ik hem keer op keer terug om de deur dicht te doen. Kennelijk denk ik dat dat belangrijk genoeg is om het van hem te eisen, of dat hij er wat van zal leren. Misschien wil ik hem alleen maar laten merken dat ik de baas ben in huis; dat hij zich aan mijn regels heeft te houden.
    Mijn eigen vader liet het mij ook altijd doen. ‘Verdomme, Klaas, doe die deur nou eens een keer achter je dicht.’ Ik had werkelijk geen idee waar hij zich over opwond. ‘Sorry, papa.’
    ‘Wat maakt dat nou uit?’ vraagt V. wel eens. Meestal begin ik dan een halfslachtig betoog over energieverspilling en stookkosten.
    ‘Maar het is zomer, de verwarming staat niet eens aan!’
    ‘Jawel, maar als je het je nu niet aanleert, doe je het van de winter ook niet.’
    Als ik hem nou gewoon eerlijk zou vertellen dat ik ook niet weet waarom ik het wil, maar dat het toch heel belangrijk voor me is; dat ik niet kan werken met de deur open, dat het manisch is, onredelijk en niet rationeel, en dat ik er eigenlijk voor in behandeling zou moeten, maar dat ik het niet tegen de therapeut durf te zeggen; ik vraag me af of het wat zou uitmaken.
    Op een dag zal hij dezelfde vruchteloze discussie met zijn eigen kinderen voeren, tot er op een dag wellicht een verre nazaat opstaat die zijn vader afdoende van repliek dient om de vloek op te heffen.
   
   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen